GENDERDIVERSITEIT EN TRANSGENDER: ¿QUE?

Gender, identiteit en diversiteit

Gender (Engels) betekent letterlijk ‘geslacht’ (of sekse). De term ‘gender’ wordt meestal gebruikt in zijn ruimere betekenis en verwijst naar de ‘sociale, culturele en psychologische invulling van man en/of vrouw zijn’. Zo wordt het verschil gemaakt tussen geslacht of sekse (in het Engels 'sex') en gender (de culturele, psychologische en sociale lading). Deze 'lading' is anders naargelang cultuur en of tijdstip.

Seksuele identiteit verwijst naar die aspecten van je identiteit waarin mensen kunnen verschillen op het vlak van sekse en gender. Deze verschillen hebben te maken met je biologisch geslacht, je genderidentiteit, je genderexpressies en –rollen, en je seksuele voorkeur. Het is de mix van deze verschillende aspecten die jouw persoonlijke en unieke seksuele identiteit bepaalt.

  1. Biologisch geslacht of sekse: verwijst naar onze fysische anatomie. Je biologische sekse wordt vastgelegd bij de geboorte. Meestal denkt men dat er maar twee opties mogelijk zijn: jongen of meisje. Dit is niet juist. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het biologisch geslacht veel meer variaties kent. Het biologisch geslacht wordt immers bepaald door meerdere factoren zoals hormonen, anatomie en chromosomen die in verschillende combinaties mogelijk zijn. Deze variaties op de gekende m/v indeling worden benoemd met de term interseksualiteit.
  2. Genderidentiteit of psychologisch geslacht: verwijst naar het innerlijk gevoel een jongen, een meisje, beide of geen jongen of meisje te zijn. Meestal komt dit overeen met het biologisch geslacht: je wordt geboren met een meisjeslichaam en je voelt je ook meisje (en omgekeerd). Je psychologisch geslacht (je genderidentiteit) en je biologisch geslacht (je sekse) vallen dan samen. Maar het kan ook gebeuren dat deze twee stukken van jezelf min of meer in conflict staan. Dat je geboren bent met een meisjeslichaam maar je geen meisje voelt. Of dat je een beetje van de twee bent. Er is veel variatie mogelijk in de beleving van jongen of meisje zijn.
  3. Genderrol en genderexpressie: verwijst naar de manier dat je je genderbeleving naar buiten brengt: welke rollen neem je op in het dagelijkse leven? Welke kleren draag je? Hoe gedraag je je tegenover anderen? Genderexpressie is wat de buitenwereld van jou te zien krijgt, in tegenstelling tot genderidentiteit wat onzichtbaar is en zich innerlijk afspeelt. Genderexpressie omvat alles wat we communiceren naar anderen: kleren, haarstijl, lichaamstaal, manieren, spraak, gedrag ... De meeste mensen hebben een vleugje van mannelijke én vrouwelijke kenmerken in hun genderexpressie vervat, en deze expressie kan ook verschillend zijn naargelang de sociale context.
  4. Seksuele voorkeur: verwijst naar het romantisch of seksueel aangetrokken voelen tot mensen van een bepaald geslacht. Meestal maken wij het onderscheid tussen holebi's en hetero's. De seksuele oriëntatie en genderidentiteit zijn verschillende delen van onze persoonlijke identiteit. Hoewel een kind zich nog niet bewust kan zijn van zijn/haar seksuele oriëntatie, hebben ze meestal wel een sterk gevoel over hun genderidentiteit.

Tussen deze vier aspecten zijn 16 mogelijke combinaties te verzinnen (en eigenlijk nog veel meer!). Met de term genderdiversiteit benoemen we deze verschillen. Genderdiversiteit wijst ook op het respect voor deze verschillen.