JONGEREN AAN HET WOORD

Robin

Robin is 18 en zit in de vooropleiding voor het Belgische leger. Al van jongs af aan speelde hij graag soldaatje en wou hij F16 piloot worden. Toen hij een bril kreeg, ging piloot worden in rook op. Maar soldaat worden bleef zijn grote droom. Man zijn ook. Robin staat in het begin van zijn transitie.

De klik

Robin ©2008 Marc De Clercq

Robin beseft al heel lang een man te zijn, maar dat was eerst niet zo bewust. "Ik was 15 toen ik wist wat er aan de hand was. De klik is gekomen bij het vak gedragswetenschappen in het vijfde middelbaar. De les ging over gender en we moesten een mini-enquête invullen over 'wat vind ik leuk aan vrouw zijn of man zijn en wat niet'. Ik had alles 'niet leuk' aangekruist bij vrouw en alles 'leuk' bij man. Toen had de leerkracht het wel door denk ik. En ik ook, dat ging van 'klik'. En dan kwamen al die vragen. Ik ging naar de plaatselijke bibliotheek maar er was niks te vinden. In de hoofdbibliotheek was iets meer, maar allemaal erg verouderd materiaal, enkel wat biografieën. Daarom vond ik het zo leuk toen we een jaar later thuis Internet kregen. Er ging een wereld voor me open. Als je 'transgender' bij Google intikt, kom je wel bij veel pornosites terecht. Op de site van Wel Jong Niet Hetero en Arcus, twee holebifora, ben ik in contact gekomen met iemand die mij wegwijs heeft gemaakt op het Internet. Als ik nu andere jongeren online ontmoet, stuur ik die altijd door naar de site van de Vlaamse genderkring. Ik ben ook in de bibliotheek van Sensoa geweest. Daar heb ik wel wat boeken gevonden waarin ik mezelf herkende".

Robin vond veel informatie dankzij zijn steunende virtuele vrienden. Maar in real-life vielen vrienden erg tegen. "Enkele klasgenoten maakten hun eindwerk over transseksualiteit. Zij wisten van mijn gevoelens omdat ze goede vrienden waren. Tijdens hun presentatie, in aanwezigheid van een tiental leerkrachten, de directie, en alle vijfdejaars humane wetenschappen, hebben zij gezegd: 'en in onze klas zit er zo iemand'. Toen moest ik naar voren komen, zonder dat ik dat allemaal op voorhand wist. Ik stond daar en ging door de grond. Niemand heeft mij daar nadien op aangesproken, leerlingen noch leerkrachten. Maar achteraf zijn de vijfdejaars begonnen met hun pesterijen: liedjes zingen als ze mij zagen, schunnige gebaren maken. Ik moest er gelukkig nog maar twee weken blijven voor de examens en dan was ik weg. Ik heb met niemand van het middelbaar nog contact".

Robins grote droom om soldaat te worden, moest even wachten. "Ik heb echt moeten vechten om naar het leger te mogen gaan. Mijn moeder zag dat helemaal niet zitten. Mijn ouders zijn tegen geweld en ze waren bang dat ik op buitenlandse missie om het leven zou komen. Twee jaar geleden had ik al gevraagd om naar het leger te mogen gaan, maar het mocht niet. Ik heb me daar toen bij neergelegd en me ingeschreven aan de universiteit, tegen mijn zin".

Op de universiteit kreeg Robin wel de ruimte om te experimenteren en nieuwe vrienden te maken, als man. Hij droeg mannelijke kleren, maar miste een mannelijk lichaam. "We zaten met 300 in het eerste jaar, dat was redelijk anoniem. Ik heb me voorgesteld als Robin, en iedereen nam aan dat ik een man ben. Ik moest wel opletten, en leende bijvoorbeeld nooit mijn studentenkaart uit, zodat ze mijn echte naam niet zagen. Er zijn vrienden die nu nog niet weten dat ik een vrouw ben. Dat is wel plezant. Bij hen kan ik rustig Robin zijn. De vrijheid om te experimenteren met mijn gender die ik aan de universiteit had, mis ik nu wel".

Met zijn zelfontdekking is zijn seksuele voorkeur aan verandering onderhevig. "Toen ik nog jonger was, viel ik op vrouwen. Ik vond dat altijd de normaalste zaak van de wereld en heb nooit gedacht dat ik lesbisch was. Op een gegeven moment besefte ik dat ik op jongens val. Toen viel ik in een diep gat en dacht ik 'oh jee ik ben homo, wat nu?'. Pas toen voelde ik wat elke homo waarschijnlijk wel meemaakt. Op dit moment sta ik open voor alles, het is allemaal nog vaag wat het zal worden. Ik ben in elk geval heel geliefd bij de jongens, zelfs als ze het weten van mij. Sommige jongeren snappen niet dat ik als jongen homo ben. Ze begrijpen niet dat ik man wil zijn terwijl ik al op mannen val. Waarom kan ik dan niet beter vrouw blijven en hetero zijn. Ze snappen echt niet dat man zijn en homo zijn twee verschillende zaken zijn".

Robin ©2008 Marc De Clercq

Outing thuis

"Toen ik al 3 jaar wist dat ik eigenlijk een man ben, heb ik het thuis verteld. Ik was bijna 18 jaar. Ik heb het gezegd toen we aan tafel zaten - zo raad ik niemand aan om het te doen. Ik heb het effectief tussen de soep en de patatten laten vallen: 'ma, ik ben eigenlijk een man'. Mijn papa begon te lachen, dat vond ik niet leuk, die dacht waarschijnlijk dat ik aan het zwansen was. Mijn ma keek mij aan, stopte met eten en ging zonder een woord te zeggen van tafel. Mijn vader is na het eten weer gewoon gaan werken. Dat was een koude douche. Mijn moeder heeft drie of vier weken niet tegen mij gepraat".

Robin heeft twee broers (7 en 13 jaar) en één zus van 16 jaar. "Zij waren er niet bij toen ik het mijn ouders vertelde. Ik heb hun nog niets verteld, maar ik denk dat mijn zus het wel weet. Mijn ouders zijn een beetje bang, denk ik, omdat ik het grote voorbeeld ben van de kleinste".

Robin heeft duidelijk geen 'praatfamilie'. Het stilzwijgen van het thema werd hem te veel. "Op een dinsdagmorgen ben ik naar school vertrokken zoals altijd, en niet thuisgekomen. Om 23 u zat ik bij de politie, ik wist niet waar ik was, ik had te veel gedronken, ik was alleen. Zij hebben mijn ouders gebeld om mij te komen halen, en die waren heel boos natuurlijk". Toen werd het de ouders van Robin wel duidelijk dat er iets moest gebeuren. Zijn moeder spoorde hem aan naar het genderteam te bellen voor een afspraak. "De eerste keren ben ik alleen gegaan, en mijn ouders zijn een keer apart gegaan. Ik weet niet wat daar gezegd is, maar het heeft effect gehad. Ze hebben zich nadien anders opgesteld. Als het van de dokter komt, aanvaarden ze het iets makkelijker hé. Er wordt nog altijd niet over gepraat thuis, ik weet niet hoe dat komt, maar ze laten mij nu wel gewoon doen. Bijvoorbeeld als we kleren gaan kopen, gaat mijn moeder nu mee naar de mannenafdeling".

Robin mist de ontwikkeling als jongen, ook al is hij nog erg jong. "Ouders behandelen jongens anders dan meisjes. Op het gebied van vriendenkeuze, uitgaan, en hoe voorzichtig je moet zijn, dat soort zaken. Ze zouden meer toestaan als ik een jongen was, en me mijn plan laten trekken. Ouders gaan vaak uit van clichébeelden, zeker als je de oudste bent".

Vechten voor het leger

Robin ©2008 Marc De Clercq

Op de universiteit kwam van studeren niet veel in huis, en Robin was gebuisd. Toen hij opnieuw vroeg om naar het leger te mogen, mocht het wel. "Ik was zo blij. Ik moest me wel inschrijven als meisje, helaas. Dat was mijn grootste bezwaar om naar het leger te gaan: de schrik om ingedeeld te worden bij de vrouwen. Ik heb er op voorhand met iemand over gesproken en die zei me 'ga er gewoon voor en je ziet wel wat ervan komt'. Toen ik mij ging inschrijven heb ik niets gezegd over het feit dat ik me eigenlijk een jongen voel. De medische keuring was dan ook vreselijk. Ik moest mij uitkleden, dat was hatelijk…. Maar als het moet, dan moet het, dus ik zette gewoon mijn verstand op nul".

In het leger is Robin nu gekend als Robin, een vrouw. "Ik had Robin op mijn naamkaartje gezet. Als mensen daar raar van opkeken, zei ik 'iedereen noemt mij zo'. In het leger geldt toch vooral de achternaam, de leerkrachten of oversten gebruiken geen voornamen. Dat is handig. Ook medestudenten noemen mij Robin. Ik zou anders niet weten welke andere naam te kiezen". Ik moet wel voortdurend opletten. "Mijn ouders kennen mijn nieuwe naam nog niet. Ik heb het thuis nog niet kenbaar gemaakt omdat ik denk dat het een stap te ver is voor hun. Dus nu is dat een geswitcht tot en met: thuis ben ik vrouw en heb ik een vrouwennaam, in het leger ben ik vrouw en Robin, en bij mijn maten is het man en Robin. Drie situaties, drie keer aanpassen. Je wordt dat wel gewend, maar in het begin is dat erg stresserend. En af en toe luister ik daardoor niet, omdat ik denk dat het niet tegen mij is, haha!".

De verschillende situaties waarin Robin zich begeeft, leren hem heel wat over gendernormen. "Ik merk een verschil in hoe ik me voel en gedraag, en hoe anderen zich gedragen ten aanzien van mij. In het leger waar ze me als vrouw zien, zullen ze me bijvoorbeeld per se willen helpen als ik iets zwaar moet tillen. Ook al zeg ik dat het niet hoeft. Bij mijn maten is het juist van 'laat Robin dat maar doen, die is sterk, die zit in het leger, die kan dat wel'. Er worden een aantal dingen verondersteld en mensen gaan anders met je om, afhankelijk of ze je als vrouw of als man zien. De oplossing? Ik denk dat je gewoon moet proberen niet zo m/v te denken. Iedereen doet dat onbewust, ik ook, maar als je tracht zo niet te kijken, dan is alles mogelijk en vallen eigenlijk die clichés een beetje weg".

Robin dacht dat in het leger je geslacht niet veel uitmaakt omdat iedereen soldaat is. "Goh, ik had het mij anders voorgesteld. Ik had gedacht dat het heel gemakkelijk zou zijn, maar eigenlijk is het nog veel moeilijker. Je wordt steeds geconfronteerd met je geslacht dat niet klopt. En ik dacht dat je gewoon soldaat bent, maar blijkbaar maakt het toch wel veel verschil uit. Bij sport moeten meisjes bijvoorbeeld minder kunnen, de eindtermen liggen iets lager voor vrouwen. En de manier dat adjudanten en commandanten met je omgaan, verschilt ook erg. Ze zijn veel softer tegen vrouwen dan tegen mannen en dat is niet plezant". Gelukkig heeft Robin ook zijn hoogtepunten. "Bij de krachttesten heeft de meester mij als voorbeeld gebruikt, omdat er twee gasten een nul haalden en ik had 20/20. Dan verschieten ze toch wel hoe sterk ik ben. Ze noemden me GI Jane! Dat is dan wel weer een vrouwelijk personage, maar ach ja, ze willen zeggen dat ik sterk ben, en binnen die context is dat een mooi compliment".

Medesoldaten kennen de gevoelens van Robin niet. Met zijn mannelijk uiterlijk dachten ze in het begin dat hij 'een manneke' was. Dat zorgde bij de indeling van de kamers voor de nodige hilariteit. Jongens en meisjes slapen op aparte verdiepingen. "Toen ik de eerste dag op onze kamer binnenstapte, vroeg mijn kamergenote of ik niet op de verkeerde verdieping zat!". De commandant van Robin is wel op de hoogte. "Ik moest informatie hebben voor de psychiater over wat ik mocht doen en wat niet op het vlak van hormoonbehandeling. Het leger is heel strikt, we krijgen om de maand drugscontrole. Dus toen moest ik wel open kaart spelen".

Wat de toekomst brengt in het leger is niet duidelijk. Als Robin zich wilt inschrijven aan de Koninklijke Militaire School zal op zijn identiteitskaart nog steeds een 'V' staan. "Ofwel moet ik eerst heel de transitie doen en me dan inschrijven als man, ofwel eerst mijn studies afmaken als vrouw en dan pas de transitie beginnen. De commandant heeft me gezegd dat als ik eerst de transitie doe en me dan weer inschrijf, de kans heel groot is dat ik daarvoor afgekeurd zal worden. Ze zullen dat niet rechtstreeks zeggen, maar wel zoeken totdat ze iets vinden om me af te keuren". Al is hij niet de enige transseksueel in het leger. "Ze hebben mij gezegd dat ik nummer 13 ben . De vorige 12 waren allemaal man-naar-vrouw transseksuelen, en ik ben de enige man. We hebben geen contact met elkaar. Zij hebben hun transitie gedaan toen ze al jaren in het leger waren, dus ik ben de enige in de opleiding". Robin kreeg ook al te horen dat zijn transseksualiteit een belemmering kan vormen voor zijn loopbaan. "Je geraakt niet hogerop of ze maken je het moeilijk zodat je langer moet wachten om carrière te maken, net als bij vrouwen".

Robin staat dus voor een zware keuze. Op dit moment kiest hij ervoor de opleiding als vrouw af te maken. Dat betekent dat hij nog 6 jaar 'in de wachtkamer' moet zitten. "Dat is lang. Ze hebben mij verteld dat ik niet kan transitioneren tijdens de opleiding. Je start in één geslacht en je maakt het af in dat geslacht. Nu, ik ben het eerste 'geval' dat nog in de opleiding zit, dus ik effen de weg voor later. Ik ben nu alles aan het uitzoeken over hoe en wat, samen met de diversiteitsconsulent. Ik kan me beroepen op de antidiscriminatiewet en de wet op transseksualiteit, dus misschien zal het toch nog mogen".